|
Start | Maken Koi-Vijver | Waterkwaliteit | filtersystemen | Koi soorten | Koi-ziektes | koi-woordenboek | Faq's | Koi - Links | Franse Basset | Meteo-Schijndel | weerberichten

Het Water
▼
Het water is eigenlijk het belangrijkste
punt van de vijver, wanneer het water niet in orde is heeft dit invloed op
alles!.In eerste instantie
zijn koi liefhebbers eigenlijk water onderhouders, wanneer het water goed is dan
is dit het begin van het genieten van een mooie vijver met uw koi!
Algen
▼
Algen
maken het mooi helder houden van de vijver niet
makkelijk, zeker niet in de warme zomermaanden!
Daarom
is het zo belangrijk om een UV-C lamp aan te schaffen!
Er zijn 2 soorten algen:
1) zweefalgen:
deze maken het water zelf groen of bruin, en zijn
minuscuul klein, u kunt deze algen niet pakken of
scheppen. Deze zouden door uw filterinstallatie moeten
worden verwijderd, als dit niet het geval is moet u uw
uvc lamp controleren of deze nog wel
brand. Verder
zou het kunnen dat uw uvc lamp aan vervanging toe is,
deze heeft een brandduur
van ca. 7-8000 uur.
Stel u
heeft een UV lamp aangeschaft. Bij continue branden
heeft de UV werking na 1 jaar geen rendement meer.
2) draadalgen;
draagalgen zijn met een UV-C lamp niet te bestrijden
omdat deze vast zitten, en zodoende niet door uw UV-C
unit gestuurd worden. Draadalgen zijn algen die u wel
kunt pakken of scheppen. Om draadalgen te bestrijden
kunt u bestrijden met een draadalgmiddel, maar dit biedt
slechts een tijdelijke oplossing. Verder kunt u
draadalgen bestrijden
op de natuurlijke manier, maar dit
is echter nooit een gegarandeerde oplossing, dit doet u
door voldoende zuurstofplanten in uw vijver aan te
brengen, 5 bosjes per m3.
Voldoende oppervlakte
begroeiing mogelijk te maken, u moet er voor zorgen dat
op den duur 50 % van de oppervlakte begroeit raakt, dit
bereikt u met lelies oeverplanten en 1 jarige
drijfplanten.
Verder rest mij u te melden dat uw
aangeschafte installatie voldoende capaciteit moet
hebben voor uw vijver.
Ammonium ▼
Veel organisch
afvalmateriaal dat in de vijver of in het aquarium
ontstaat, bestaat uit eiwitten en aminozuren. Dit zijn
stikstofhoudende verbindingen en worden door enzymen en
bacteriën in kleinere bestanddelen opgesplitst. Het
eerste eindproduct van deze afbraak is het Ammonium.
Ammonium wordt bovendien van de vissen via de kieuwen
aan het water afgegeven. Planten zijn in staat dit
Ammonium als voeding te benutten. Maar als te veel
Ammonium voor de planten in het water terechtkomt, of te
weinig planten aanwezig zijn, kan het overschot aan
Ammonium door bacteriën verwerkt worden. Deze bacteriën
maken uit Ammonium Nitriet, het tweede tussenproduct uit
de afbraak van afvalstoffen.
Ammonium is voor vissen matig giftig, maar Ammonium
wordt afhankelijk van de pH-waarde omgezet in Ammoniak
(NH3), wat wel zeer giftig voor de vissen is. Tijdens
een lange transport van vissen geven de vissen ammonium
in het viszakje af. Door het uitademen van koolzuur
daalt de pH-waarde in het transportzakje, zodat geen
schade aan de vissen ontstaat. Wordt tijdens het
aanpassingsproces het water uit het transportzakje met
water uit de vijver of aquarium gemengd, kan, indien de
pH-waarde in het nieuwe water hoger dan 7 is, gevaarlijk
Ammoniak ontstaan. De aanpassing van de vissen aan hun
nieuwe omgeving is dus altijd gevaarlijk en een van de
hoofdoorzaken van vergiftigingen en het ontstaan van
ziekten.
Het meten van Ammonium :
Het ammoniumgehalte kan met vloeibare testen bepaald
worden. De toegevoegde reactievloeistoffen reageren met
het ammonium en kleuren de vloeistof. De kleur wordt met
een vergelijkingsschaal vergeleken en de desbetreffende
waarde afgelezen. In een goed functionerend aquarium of
vijver is ammonium niet aantoonbaar of slechts minimaal
aanwezig.
Vanaf 0,25 mg/l wordt Ammonium giftig de voor
vissen.
Het verwijderen van Ammonium :
Ammonium
kan door de bacteriën uit de vijver worden verwijderd.
Nitrosomas bacteriën verwerken het Ammonium in een
zuurstofrijk of aëroob milieu tot Nitriet. Een andere
manier het Ammoniumgehalte te verlagen is het filteren
over zeoliet. HS Zeoliet is een natuurlijk gesteente dat
ammonium kan opnemen. HS Zeoliet werkt als een soort
spons voor ammonium. Het ammonium wordt in de poreuze
structuur van de stenen opgeslagen.
Ammoniak
▼
Ammoniak of NH3 is niets anders dan
het uitscheidingsproduct van vissen. De giftigheid van
dat afval wordt bepaald door de PH waarde. Hoe hoger de PH, hoe minder afval van de vissen en dus ook ammoniak
verwerkt wordt. De nitrificerende bacteriën zetten
het giftige ammoniak om in het al even giftige nitriet
en daarna in nitraat. Nitraat is dus het eind resultaat
van verwerking door bacteriën en is niet meer schadelijk
voor
onze vissen.
Het nitraat moet nu nog wel verwerkt worden
door de zuurstofplanten, anders krijgen we algenvorming.
Ook hier bewijzen de nitrificerende bacteriën weer eens
hun nut door de afbraak van ammoniak. Zeer belangrijk
bij de afbraak van ammoniak is de filter.
Symptomen bij vissen van een te hoog ammoniak gehalte;
- Lusteloosheid
- Stress
- Kieuwrot
- Naar lucht happen
- Extra slijm afscheiden

TOP
▲
Fosfaten ▼
Fosfaten zijn
chemische verbindingen waar fosfor in zit. Ze spelen in
de natuur een belangrijke rol. Dna is er deels uit
opgebouwd. Het is ook een belangrijk onderdeel van de
voeding van plant en dier. Tegenwoordig komen er meer
fosfaten in het milieu terecht dan nodig. Dat is juist
weer schadelijk voor met name planten.
Fosfaten worden in de landbouw gebruikt in kunstmest.
Ook in wasmiddelen zat vroeger veel fosfaat. Via het
riool kwam het in het grondwater en in sloten, meren en
zeeën.
Fosfaten leiden tot overbemesting. Gevolg is dat planten
die in een schrale (voedselarme) omgeving goed gedijen,
worden verdrongen door planten de zijn aangepast aan een
voedselrijker milieu.
Door de toename van het fosfaatgehalte van het water kan
overmatige groei van algen optreden. Vissen hebben daar
last van, omdat het water troebel (algen) wordt en te
weinig zuurstof bevat.
Het ideale
fosfaatgehalte in uw vijver schommelt tussen
de 0,03mg/liter en de 0,05mg/liter.
Een te hoog fosfaatgehalte kunt u oplossen door het
aantal planten in uw vijver te verhogen. Denk in de
eerste plaats aan waterlelies, drijf-en moerasplanten.
Wanneer het Co2-gehalte in uw vijver voldoende hoog is,
kunt u ook zuurstofplanten gebruiken.
Voor koivijvers waar geen planten in voorkomen dient u
uiteraard water te verversen om dit probleem op te
lossen.
IJzer
▼
FE of ijzer is een sporenelement
dat zich in het water bevind in tweewaardige vorm.
Sporenelementen zijn voedingsstoffen voor planten die
niet in grote mate worden opgenomen maar die toch
noodzakelijk zijn voor planten. IJzer komt in water
meestal voldoende voor.
IJzergehalte is te laag ?
Een te laag FE gehalte zal niet vaak voorkomen. Dat er
te weinig tweewaardig ijzer in het water zit kan men
zien aan de bladeren van waterlelies. Wanneer er gaten
in de leliebladeren beginnen te vallen en dat ze geel
worden zonder aanwijsbare redenen kan dit te wijten zijn
aan een tekort van ijzer in het water of andere
sporenelementen.
Dit is eenvoudig op te lossen. Breng in het water "FE+"
product aan, op de verpakking van elk product staat
hoeveel u nodig heeft per 1000 liter vijverwater, zorg
dus dat u altijd de inhoud van uw vijver weet.
IJzergehalte is te hoog?
Een te hoog ijzer gehalte kan men opmerken als het water
een bruine kleur krijgt. Een thee kleur. Dit komt vooral
voor bij grondwater. Grondwater bevat weinig zuurstof en
veel tweewaardig ijzer. Wanneer we nu dit water in de
vijver gaan
pompen gaat er na enkele dagen meer zuurstof bijkomen.
Het ijzer in het water gaat van tweewaardige vorm naar
driewaardige vorm
met een bruine kleur tot gevolg. Na enkele maanden gaat
dit driewaardige ijzer oxyderen (verroesten) en
neerslaan op de vijverbodem. Het water zal nu wederom
helder worden. Een te hoog ijzergehalte naar omlaag
brengen kan enkel met een ontziltingsinstallatie maar
dit is echter duur. Het ijzer laten neerslaan op de
bodem biedt de enige oplossing.
Koolstofdioxide
▼
Het
koolstofdioxide (CO2) -ook koolzuur genoemd- komt in ons
vijverwater voor in vrij koolstofdioxide afkomstig van
de werking van nitrificiërende bacteriën en ander
dierlijk leven of is gebonden aan de calcium- en
magnesiumzouten (=totale hardheid, GH) die ons dan de
carbonaathardheid (KH) geeft. De hoeveelheid vrij
koolstofdioxide in het water bepaalt de zuurtegraad (pH)
van het water. Hoe meer vrij koolstofdioxide, hoe lager
de zuurtegraad; hoe minder, hoe hoger de zuurtegraad.
De vrije koolstofdioxide
in het water is absuluut noodzakelijk voor de werking
van de vijverplanten. De vijverplanten nemen in hun
fotosyntheseproces koolstofdioxide op en geven zuurstof
af. Tijdens de nacht is dit net omgekeerd. Voor een
goede plantenwerking is toch een koolstofdioxidegehalte
van minstens 5 mg per liter water vereist. Lagere
waarden staan een optimale plantengroei in de weg en de zuurtegraad zal stijgen.
De gebonden koolstofdioxide (de carbonaathardheid: KH)
zal worden aangewend wanneer er te weinig vrij
koolstofdioxide in het water aanwezig is. Zo wordt de zuurtegraad bijgestuurd.
Een juiste balans tussen koolstofdioxide en zuurstof is
veeleer zeldzaam. Vaak zullen vijvers dan ook
geconfronteerd worden met een te laag
koolstofdioxidegehalte (< 5 mg per liter water).
Kenmerkend zijn dan: de slechte plantengroei, een hogere zuurtegraad en een verlaagde carbonaathardheid (KH). Een
tekort aan koolstofdioxide kan ontstaan door een teveel
aan planten ten opzichte van het dierlijk leven. Een draadalgexplosie of een te sterke zuurstofplantengroei
gaat altijd gepaard met een te laag
koolstofdioxidegehalte. Ook vijvers die continu belucht
worden kan te kampen hebben met een gebrek aan
koolstofdioxide. Omdat hierdoor zuurstof in het water
komt, wordt de koolstofdioxide uitgedreven. We kunnen
wel het koolstofdioxidegehalte in het water optillen.
Breng eerst eventueel de totale hardheid (GH) naar een
goede waarde, stop de beluchting en voeg dan
koolstofdioxide toe met CO2 poeder of CO2 tabletten.
Ook te hoge koolstofdioxide waarden kunnen voorkomen. We
spreken dan van meer dan 20 mg CO2 per liter water en
dit is schadelijk voor de vissen. Meer zuurstof (02) in
het water brengen door beluchten, biedt de oplossing.
Vooral na het groeiseizoen, voor het ingaan van de
winter, moeten we opletten voor een te hoog
koolstofdioxidegehalte. Is het gehalte aan
koolstofdioxide dan te hoog, dan is dit te wijten aan
een te lage totale hardheid (GH) . De totale hardheid
(GH) moet zeker gecontruleerd worden. Ligt deze waarde
te laag, dan kan er zich geen carbonaat (KH) vormen, de
zuurtegraad gaat sterk dalen en ook de carbonaathardheid
(KH) en ons vijvermilieu komen in een gevaarlijke zure
positie terecht.
De werking van de bacteriën is belangrijk voor een goede
koolstofdioxideproductie.
Het koolstofdioxidegehalte van het water kunnen we meten
door Tetratest CO2 te gebruiken of, nog beter, aan de
hand van de onderstaande tabel en een gekende
carbonaathardheid (KH) en zuurtegraad (pH).
Temperatuur
▼
De temperatuur heeft een enorme
invloed op de biologie van de vijver. Vissen zijn
koudbloedige dieren, die hun stofwisseling aan de
temperatuur aanpassen. Hoe warmer het water is, hoe
actiever worden de vissen en hoe meer voedsel hebben ze
nodig. Meer voedsel betekent natuurlijk ook meer afval,
dat door bacteriën moet worden afgebroken. Voor de
afbraak van de afvalstoffen hebben de bacteriën zuurstof
nodig waarvan bij hogere temperaturen minder in het
water opgelost is. De temperatuur heeft ook een grote
invloed op de dieren tijdens de verschillende seizoenen.
De vijver in de zomer.
De activiteit van alle organismen is hoog. Daardoor
ontstaat veel afval. In kleine vijvers kan hierdoor
zuurstofgebrek ontstaan. In diepe vijvers speelt de
dichtheid van het water een belangrijke rol. Water is
bij 4 ºC het zwaarst. Kouder en warmer water is lichter.
Doordat verschillen in de temperatuur tussen
oppervlaktewater en bodemwater ontstaan kunnen, wordt
een goede doormenging van het water tijdens de zomer
verhinderd.
De vijver in de herfst.
In de herfst sterven vele organismen, zoals algen en
micro-organismen af. Planten stoppen hun groei en de
activiteit van de bacteriën wordt minder. Bovendien onstaat vuil door inwaaiende bladeren. De grote
hoeveelheid afval wordt vaak niet volledig verwerkt,
zodat in het voorjaar nog restanten van het afgelopen
jaar aanwezig kunnen zijn. De watermenging en ook de
zuurstofverzorging is optimaal.
De vijver in de winter.
Bij temperaturen onder 10 ºC stoppen de vissen met de
opname van voedsel, de planten gaan over in een
rustperiode en de bacteriële activiteit is op zijn
laagst. Als het water nog kouder wordt, zinkt het zware
water van 4 ºC op de bodem van de vijver, zodat hier een
plaats voor het overwinteren van de vissen ontstaat. Het
lichtere nog koudere water blijft boven. Als er een
ijslaag op de vijver komt vindt tenslotte geen
uitwisseling tussen de verschillend waterlagen meer
plaats. Een ijsvrijhouder verhindert, dat het
wateroppervlak compleet dicht vriest.
De vijver in het voorjaar.
De tijdens de winter ontstane afvalstoffen zijn in het
begin van het voorjaar nog steeds aanwezig. Maar de
planten beginnen pas te groeien, zodat ze nog weinig
mineralen kunnen opnemen. Omdat de vissen langzaam aan
weer gevoerd worden, ontstaat nieuw afval. Hierdoor kan
in de zomermaanden algengroei ontstaan. Een
bacterievoeding bevordert de afbraak van de afvalstoffen
door de bacteriën te stimuleren.

PH
waarde
De PH-waarde van het water is
een zeer belangrijke peiler. De hoeveelheid vrij
koolzuur (CO2), dat het water bevat, bepaald de
PH-waarde. Veel koolzuur resulteert in een lage PH,
weinig of geen koolzuur in een hoge PH. Of er al dan
niet voldoende CO2 in het water is hangt af van de
micro-organismen. Wanneer de micro-organismen zich goed
kunnen ontwikkelen zal de PH een goede waarde
verkrijgen. Dit kan bij een goede GH waarde. De PH is
een indicator voor wat in het water gebeurd.
Als de PH
waarde
's morgens tussen de 7-8 ligt en 's avonds tussen de 8-9
dan heeft u een uitstekend vijvermilieu en helder water.
Blijft de PH waarde geheel de dag tussen 8 en 9 dan is
er sprake van stagnatie en zullen algen verschijnen.
Meten:
Door de temperatuurschommelingen in het water komen er
verschillende lagen in voor. Verder zal na een flinke
regenbui of direct na een lange regenperiode de bovenste
laag vooral zuur regenwater bevatten. Een watermonster
dient daarom zo veel mogelijk op diverse plaatsen en
diepten in de vijver genomen te worden.
Praktisch:
Plaats de palm van uw hand op een smal glas, zodat de
bovenkant wordt afgesloten. Ga dan met het glas in het
water en haal onder water even uw hand van het glas
zodat er IETS water instroomt. Doe uw hand in dezelfde
houding weer op het glas, en haal het glas weer naar
boven.
Herhaal deze handeling op verschillende dieptes.
Doe het water in een grotere pot en herhaal de gehele
procedure nog enkele malen op andere plaatsen in de
vijver. Vermeng al dit water met elkaar, neem van dit
vermengde water het waterstaal.
Testen:
1. Stap eens een vijverspeciaalzaak/aquariumwinkel
binnen en koop een eenvoudige PH test.
2. Een elektronische PH-meter is nog nauwkeuriger
dan de Ph-testers uit de winkel.
Een elektronisch
meetsysteem houdt bijvoorbeeld ook rekening met de
temperatuur van het water. Tevens wordt U ook de EC.-waarde van het water onderzocht, dit is het gehalte
aan zouten (minerale,schadelijke). De EC-waarde is enkel
en alleen te meten met een elektronische meting.
Leidingwater:
Voor je gaat beplanten zorgt u voor HELDER water.
Meestal is dit leidingwater zijn. Meet hiervan de
zuurtegraad en de hardheid. Deze moeten beide goed zijn
(voor hardheid zie DH) om planten en
vissen in leven te houden.
Regenwater:
Regenwater is zacht en zeer zuur, meestal een pH van 4.
Planten en vissen kunnen hierin niet leven. Planten
verslijmen na een week en dan verschijnen groene algen.
Verder zitten er vaak zwavelhoudende substanties in.
Water in natuurlijke vijvers, in plassen, sloten,
rivieren en vennen worden door regen zacht en zuurder.
In de vrije natuur sterven in de zomer vaak massaal
vissen na langdurige regenval. Het carbonaatgehalte
vermindert ook, waarschijnlijk doordat de vissen
zuurstofgebrek krijgen en hun slijmhuid irriteert.
Grondwater:
Grondwater is meestal ongeschikt door een te hoog
ijzergehalte of een te hoog gehalte aan zouten en
meestal met een te hoge Ph-waarde (alkalisch).
Grondwater met PH 12 zijn geen uitzonderingen. Vooraf
meten is de boodschap!
Slootwater:
Slootwater kan
ziekten bevatten of schadelijke stoffen als nitraten of
stoffen van onkruidverdelgers. Gebruik dat dus niet!
Wat is de zuurtegraad van Uw vijverwater?
De zuurtegraad geeft men aan met een pH-getal dat tussen
0 en 14 ligt. pH 7 is neutraal. Lagere waarden geven een
zuur milieu aan, Hogere waarden een basisch (alkalisch)
milieu.
VOOR VISSEN EN PLANTEN MOET DE PH-WAARDE TUSSEN 6,5 en 8
LIGGEN.
PH-waarde is te laag :
Dit is het eenvoudigste op te lossen. Breng in het water
"PH+" product aan, op de verpakking van elk product
staat hoeveel u nodig heeft per 1000 liter vijverwater,
zorg dus dat u altijd de inhoud van uw vijver weet.
PH-waarde
is te hoog :
Dit is een veel moeilijker probleem en komt vaker voor.
De oorzaken van een te hoge ph-waarde zijn divers:
Een handvol mortel in het
water kan al voor problemen zorgen
Camara-keien gebruikt?
Waterpest en hoornblad hebben de eigenschap de
zuurtegraad te doen stijgen, zeker wanneer hier
grote hoeveelheden van aanwezig zijn.
Draadalg kan de oorzaak zijn van een te hoge PH.
Deze verbruiken tijdens de dag teveel CO2 en dat
resulteert in een hoge PH. Ook te sterke
zuurstofplantengroei kan de oorzaak zijn. Als
alleen de algen oorzaak zijn van een te hoge PH
dan is dit gemakkelijk te controleren, PH meting
in de ochtend zal lager zijn dan in de avond.
Oplossen:
Zeer eenvoudig en zeer doeltreffend is het in de vijver
aanbrengen van enkele turfblokken. Zorg dat U ze er
steeds gemakkelijk kan uithalen. Langzaam zal de
pH-waarde dalen.TOP
▲ Controleer iedere week de pH-waarde tot
ze de waarde 7 heeft bereikt. Hoe hoger de waarde, hoe
meer turfblokken U aanbrengt. Vanaf het moment dat U
pH-waarde goed is haalt U de turfblokken uit het water.
Laat ze nooit in het water achter....de pH zal
zeer hoogstwaarschijnlijk blijven zakken.
Hoe oud is het water dat u meet in de vijver?
Een vijver die enkele jaren oud is, zal soms een
PH-waarde krijgen die zelfs tot negen kan oplopen (te
basisch). Veel mensen raken dan in paniek. Dit is echter
een zeer natuurlijk verschijnsel. Doordat diverse dieren
sterven en stof de vijver inwaait en de hieruit ontstane
wieren het water weer bemesten, zullen alle waarden wat
hoger worden! Hiermee moeten we bij de meting rekening
houden.
PH en bodem:
Wat voor de pH van het water geldt telt zeker ook voor
de pH-waarde van de grond. De pH van onze gronden ligt
tussen 3 en 8. Een lage pH betekent een toenemende zure
reactie van de grond, een hoge een toenemende basische
reactie.
De meeste planten GROEIEN HET BEST BIJ EEN PH TUSSEN 5
EN 6,5
De juiste zuurtegraad voor iedere grond is echter
verschillend:
- zandgrond dient zwak te zijn : 5,5-6.0 omdat de grond
anders slecht voedingsstoffen opneemt.
- kleigrond is beter neutraal tot basisch : 7 -7,5.
In de meeste gevallen zal blijken dat de grond te zuur
is.
Doordat de regen verzuurd; bij de ademhaling van planten
en de vertering van organische stoffen koolzuur vrij
komt, hetgeen de zuurgraad weer verhoogd.
De pH ,of de reactie van de grond, beïnvloed het
bodemleven en de huishouding van voedingstoffen in de
grond. Bij extreme pH waarden zijn de voedingsstoffen
voor de planten niet opneembaar. Het wortelgestel wordt
aangetast of de plant raakt zelfs vergiftigd.
De pH van de grond is belangrijk voor alle waterplanten
behalve de zuurstofplanten. Voor zuurstofplanten is de
pH van het WATER het allerbelangrijkste.
Symptomen bij een te hoge ph-waarde?
De afbraakprocessen worden verstoord zodat we teveel
ammoniak zullen krijgen. Ammoniak is giftig en onze
vissen zullen ziek worden. Een hoog ammoniak gehalte
want dit wordt slechter verwerkt tot nitraat bij een te
hoge PH.
Symptomen die wijzen op een te hoge PH zijn te herkennen
aan:
- Vissterfte zonder direct aanwijsbare reden
- Kieuw beschadiging
- Stress bij vissen
- Aantasting van de slijmhuid waardoor de vissen ruw
aanvoelen en zeer gevoelig zijn voor allerlei infecties
- Onvoldoende groei van de moerasplanten
- Kalkachtige aanslag op de onderwaterplanten
GH
waarde ▼
Ideaal is een hardheid
van 12°GH. De hardheid wordt aangegeven in graden Duitse
Hardheid. Ditgeeft de aanwezigheid van mineralen en
calciumzouten in het water aan. Dit is voor zuurstofplanten het
belangrijkste. Zij leven immers van koolstof, stikstof,
voedingszouten en mineralen in het water en niet van de voeding
in de grond. Bij waarden hoger dan 12°GH krijgt men een enorme
plantengroei. Het best kan men dan de planten laten uitgroeien
zodat de hardheid wat zwakt en dan pas de vissen uitzetten. Bij
lagere waarden slijmen de zuurstofplanten weg. Door de
temperatuurschommelingen in het water komen er verschillende
lagen in voor. Verder zal na een flinke regenbui of direct na
een lange regenperiode de bovenste laag vooral zuur regenwater
bevatten. Een watermonster dient daarom zo veel mogelijk op
diverse plaatsen en diepten in de vijver
genomen te worden. Zie onder PH.
Testen:
Stap eens een aquariumwinkel binnen en koop een eenvoudige GH
test setje.
Het verhogen van de Hardheid :
Dit is het eenvoudigste op te lossen. Breng in het water "GH+"
product aan, op de verpakking van elk product staat hoeveel u
nodig heeft per 1000 liter vijverwater, zorg dus dat u altijd de
inhoud van uw vijver weet.
U heeft water van 12°GH:
Goed, dit is de BASIS voor een goed biologisch evenwicht!PAS ALS
DE KALK is gezakt brengt u de waterplanten aan.
Het verlagen van de hardheid:
We passen hetzelfde principe toe als bij verlagen van de PH.
Zeer eenvoudig en zeer doeltreffend is het in de vijver
aanbrengen van enkele turfblokken. Zorg dat U ze er steeds
gemakkelijk kan uithalen. Langzaam zal de GH-waarde dalen.
Controleer iedere week de GH-waarde tot ze de waarde 12 heeft
bereikt. Hoe hoger de waarde, hoe meer turfblokken U aanbrengt.
Vanaf het moment dat U GH-waarde goed is haalt U de turfblokken
uit het water. Laat ze nooit in het water achter....de GH zal
zeer hoogstwaarschijnlijk blijven zakken.

KH
waarde
De KH-waarde wordt gemeten als carbonaatgehalte in het water,
ook wel de carbonaathardheid genoemd.
Deze waarde heeft direct invloed op de zuurgraad. Als de
carbonaathardheid te laag is zal de PH grote schommelingen
vertonen. Als u zorgt dat de KH van uw vijverwater minimaal 5
is, blijft de PH waarde stabiel. Nog beter is het om de KH op 8
te houden.
KH-waarde is te laag:
Dit is het eenvoudigste op te lossen. Breng in het water "KH+"
product aan, op de verpakking van elk product staat hoeveel u
nodig heeft per 1000 liter vijverwater, zorg dus dat u altijd de
inhoud van uw vijver weet.
KH-waarde is te hoog:
Ook dit is vrij eenvoudig op te lossen.
Breng in het water "KH-" product aan, op de verpakking van elk
product staat hoeveel u nodig heeft per 1000 liter vijverwater,
zorg dus dat u altijd de inhoud van uw vijver weet.
Let echter wel op, de PH en KH staan altijd met elkaar in
verbinding.
Middelen die de KH-waarde verlagen laten dus ook de PH-waarde
dalen.
Metalen
▼
Onder de metalen vallen lood, koper, IJzer,
Zink, Cadmium en Aluminium. Deze metalen zijn tot op zekere
hoogte altijd aanwezig in het water. De oorzaak hiervan is het
oplossen van bepaalde steensoorten, en leidingwerk. Sommige
toegepaste vismedicijnen bevatten ook koper. De giftigheid van
deze metalen hangt af van temperatuur en pH. Hoe lager de pH en
hoe hoger de temperatuur, hoe groter de oplosbaarheid van deze
metalen. Bij hoge pH, hoger dan 7, slaat ijzer als
ijzerhydroxide neer op de kieuwen met ademhalingsproblemen of
sterfte tot gevolg. Aluminium is giftig bij een pH vanaf 8. Ook
de waterhardheid en andere opgeloste stoffen kunnen van invloed
zijn op de giftigheid van zware metalen. Het is daarom heel
moeilijk een idee te krijgen van de giftigheid van de stoffen.
Echter veel van deze vergiftigingen zullen chronisch zijn en
komen pas aan het licht bij sectie op reeds overleden vissen.
Gelukkig is het kraanwater meestal gestabiliseerd op een pH van
7en zijn de meeste leidingen aan de binnenzijde verkalkt met een
laagje CaCO3, zodat leidingwerk nauwelijks nog metalen afstaat
aan de omgeving. Chronische blootstelling aan schadelijke
concentraties metalen kunnen leiden tot beschadiging van de
kieuwen, nieren en lever. Met als gevolg osmotische onbalans,
ademhalingsmoeilijkheden, groeiachterstand, misvormingen en
problemen met de voortplanting. Uitgekomen broed heeft dan ook
vaak misvormingen. Het immuniteitssysteem wordt onderdrukt en de
vissen worden vatbaar voor secundaire infecties.
Chronische blootstelling aan lood, cadmium, mercurium, en zink
worden in verband gebracht met anaemie (verlies van rode
bloedlichaampjes). Koper en in mindere mate Aluminium
onderdrukken de celactiviteit. Acute blootstelling kan hele
populaties vooral jonge vis uitroeien. Acute zink-vergiftiging
komt nogal eens voor bij vissen geplaatst in zinken containers.
Als er het vermoeden bestaat dat een metaal-vergitiging in het
spel is kan alleen analyse van weefsel uitkomst brengen. Voor de
meeste metalen is dan een biopt nodig van lever, kieuwen, nieren
of spierweefsel. Meestal volstaan waterwissels en het filteren
over aktieve kool om de stoffen uit het water te verwijderen.
Gebruik ook liever geen heet water uit het waterleidingnetwerk,
omdat heet water makkelijker metalen oplost.
Nitriet
▼
Ook het nitriet kan door bacteriën
worden afgebroken.
Maar deze taak nemen andere bacteriën, de Nitrobacterie, over.
De Nitrobacterie oxideren het Nitriet verder tot Nitraat. Bij deze
oxidatie ontstaan geen zuren, dus wordt het zuurbindend vermogen
niet beïnvloed. Ook bestaat bij nitriet geen pH-afhankelijk
evenwicht tussen verschillende vormen. Het nitriet is evenals
Ammonium zeer giftig voor vissen. Nitriet reageert met
hemoglobine in het bloed tot Methhemoglobine, welke niet meer in
staat is zuurstof te transporteren. Het gevolg hiervan is dat de
organen in het lichaam van de vissen de weinig zuurstof krijgen
en de vissen stikken. Bij een nitrietvergiftiging is vaak het
bloed van de vissen donker gekleurd, men noemt het de brown
blood disease. Als alle vissen snel adem halen, dient in ieder
geval eerst het nitrietgehalte gemeten te worden. In
noodgevallen kan men het nitrietgehalte verdunnen door grote
hoeveelheden zout (tot 3 mg/l) aan het water toe te
voegen. Natuurlijk dient ook het water meteen ververst te worden
en voorzien te worden van voldoende zuurstof in het water.
Het meten van Nitriet :
Evenals bij de Ammoniumtest worden bij het meten van het
Nitrietgehalte reactieve stoffen aan een watermonster toegevoegd
en na de reactie de kleur met een kleurschaal vergeleken. In
goed functionerende vijvers en aquaria is Nitriet niet
aantoonbaar. Reeds bij waarde boven 0,25 mg/l wordt Nitriet
gevaarlijk voor vissen, vooral bij een snelle nitrietstijging.
In een goed
functionerende vijver is nitriet niet aantoonbaar of slechts
minimaal aanwezig.
Nitriet uit de vijver verwijderen :
Naast de verwijdering door de bacteriën kan men Nitriet door
middel van filtering over kunstharsen uit het water halen.
In gevallen van vergiftigingen door Nitriet wordt het water vaak
ververst, zodat de nitrietconcentratie snel gaat dalen.
Ook een goede beluchting helpt aanwezig nitriet door bacteriën
snel te laten verwerken. Belangrijk om het ontstaan van nitriet
te voorkomen is, dat men nooit water ververst en tegelijkertijd
het filter schoon maakt. Hierdoor worden te veel nuttige
bacteriën in een stap verwijderd, en het biologisch evenwicht
verstoord.
Beter is na het water verversen enkele dagen te wachten en pas
dan het filter schoon te maken.
Nitraat
▼
Nitraat ontstaat uit de bacteriële
afbraak van Nitriet. De Nitrobacter bacteriën oxideren het
Nitriet tot Nitraat, het eindproduct uit aërobe afbraak van
afvalstoffen. Onder zuurstofrijke omstandigheden kan Nitraat
niet verder door bacteriën verwerkt worden. Maar onder
zuurstofarme omstandigheden kan het nitraat door anaërobe
bacteriën (Pseudomonas denitrificans) afgebroken worden. Dit
soort omstandigheden vinden wij in een dikke bodemlaag of in
speciale filters of filtermaterialen. Hier ontstaat door toedoen
van bacteriën stikstofgas wat uit het water verdwijnt.
Deze bacteriën hebben inderdaad een speciale voedingsstof voor
de verwerking van het nitraat nodig. Omdat vaak een tekort aan
deze koolhydraten in het water aanwezig is kunnen wij de afbraak
bevorderen door de bacteriën van voldoende
voedsel te voorzien. Nitraat wordt door de vissen in
veel grotere hoeveelheden getolereerd dan de andere stoffen.
Zelfs wanneer er 500mg per liter aanwezig zou zijn, als het
langzaam wordt opgebouwd, is dit nog niet direct schadelijk
voor de vissen. Maar hoe dichter bij 0 hoe beter!!
Nitraat is bovendien een voedingsstof voor hogere
planten en algen, zodat bij grote hoeveelheden nitraat steeds de
kans op groenalgengroei groot is. Nitraat wordt gevaarlijk als
er zuurstofgebrek in het water ontstaat. In deze gevallen kan
namelijk het nitraat zuurstof loslaten en opnieuw tot nitriet
reageren. Bij grote hoeveelheden nitraat kunnen dan ook grote
hoeveelheden nitriet ontstaan.
Het meten van Nitraat :
Nitraat wordt evenals de andere stikstofverbindingen met een
kleurvergelijkingstest bepaald. Ook zijn er handige teststrips
verkrijgbaar, die een seconde in het water gedompeld worden en
daarna kan de kleur worden vergeleken.
In een goed functionerende
vijver is nitraat niet aantoonbaar of slechts minimaal aanwezig.
Nitraat uit de vijver verwijderen :
De meest gebruikelijke methode Nitraat te verwijderen is het
water te verversen. Door het water gedeeltelijk uit de vijver te
halen wordt ook een deel van het Nitraat verwijderd.
Zuurstof
▼
In het vijverwater zit zuurstof in de vorm
van uiterst kleine, onzichtbare belletjes. Zuurstof komt in het
water door de aanraking met lucht. Bij meer wind is de golfslag
groter en dus het wateroppervlak ook, waardoor deze meer
zuurstof kan opnemen. Watervallen, beeklopen en fonteinen zorgen
ook voor een grotere zuurstofwisseling. Watervallen kunnen
echter bij warm weer ook zorgen voor de opwarming van het
vijverwater, waardoor deze minder zuurstof krijgt en dit een
negatief effect heeft op het zuurstofgehalte in de gehele
vijver. Onder water groeiende planten (zoals waterpest en
hoornblad) zorgen voor pure zuurstof. Wat echter wel in de gaten
gehouden moet worden is het feit dat planten overdag koolzuur
opnemen en zuurstof produceren, maar dat ze ’s nachts zuurstof
gebruiken.
Met behulp van een luchtpompje kan er ook zuurstof in het water
worden gebracht, hoe fijner de belletjes (uitstroomsteentje) des
te meer zuurstof komt er in het water. Indien u een vijverpomp
in uw vijver hebt dan kunt u een beluchter (venturi) aanbrengen.
Daarnaast is er nog de oxidator, welke verkrijgbaar is bij een
tuincentrum. Deze produceert geen pure zuurstof, maar losse
actieve zuurstofatomen. Deze zuurstofatomen zoeken andere
moleculen op waarmee zij een reactie kunnen aangaan. De
moleculen worden voornamelijk gevonden in voedselresten en
plantenafval. Dat afval wordt geoxideerd (verbrand) waarbij CO2
en onder andere nitraat wordt geproduceerd, weer nuttig voor de
groei van planten. De oxidator zorgt voor een geleidelijke
toevoer van zuurstof (met behulp van de bijgeleverde
katalysator). Hij is vooral van belang in vijvers waarbij de
stikstofcyclus nog niet goed op gang is gekomen en in de winter
als de vijver dichtgevroren is zodat de vissen meer
overlevingskansen hebben.

Invulprogramma

Start | Maken Koi-Vijver | Waterkwaliteit | filtersystemen | Koi soorten | Koi-ziektes | koi-woordenboek | Faq's | Koi - Links | Franse Basset | Meteo-Schijndel | weerberichten
Deze site is voor het laatst bijgewerkt op
02 juli 2011
|